Theo - Samburu en The Big 5 - 2026
Aberdare Country Club, eerste dag van een eerste safari. Rond het middaguur worden we aan de ingang van het hoofdgebouw gedeponeerd door Amos en Geoffrey. Zij blijken het ‘dreamteam’ van Ingrid te zijn en die omschrijving klopt helemaal. Ze zijn naast ‘driver’ ook natuurgids, spoorzoeker, verhalenverteller en bovenal begiftigd met een enorm talent om dieren te spotten: uil in die boom, rechts achter dat bosje; koedoe verscholen in de struiken links (waar? ik zie hem niet? wacht, ik rij even achteruit); bengelende luipaardpoot in die grote boom daar (zo’n 30 à 40 m verwijderd van de jeep!). Op het domein van de Country Club kan je vrij struinen, er zitten immers geen roofdieren. Wel heel makkelijk te benaderen bosbokken en impala’s. Wat verderop glipt een eerste dikdik weg tussen de struiken. Verdorie, te laat afgedrukt! Wist ik veel dat de dikdiks één van de rode draden in dit onwaarschijnlijk prachtige verhaal zouden worden. Op een open vlakte wat verder van de gebouwen is het ook prijs: in de verte enkele zebra’s tussen de bomen (een eerste mooi plaatje); verder enkele knobbelzwijnen (waaronder een prachtig mannetje met mooie manen) en een troep bavianen. Fijn om de dynamiek van zo’n troep te mogen aanschouwen, vooral omdat er een paar vrouwtjes met pasgeboren jongen te bespeuren zijn (zeer hoge aaibaarheidsfactor!). De namiddag wordt afgesloten met twee franjeapen, die zich – zoals het apen betaamt - met sprekend gemak van boomtop naar boomtop slingeren. Moeilijk te fotograferen, maar kijk: één foto blijkt toch scherp, joepie! En dit bleek nog maar het aperitiefhapje te zijn van een bedwelmende, puik georganiseerde reis. Het is van meteen af aan zo klaar als een klontje dat Ingrid heel veel ervaring heeft. Honderd maal ‘Asante sana’ (dankjewel) Amos, Geoffrey en Ingrid!